Den Vaste Kamercommissie van VWS handboog zichzelf overheen ene initiatiefnota van de SP ‘Nu investeren in de GGD’. Den SP wil, gesteund doorheen enkele andere partijen, dat den verantwoordelijkheid plus financiering van den GGD’plus rechtstreeks onder ie ministerie van VWS komen. Staatssecretaris Maarten van Ooijen wil dat noch, volgens hem werkt den huidige structuur inderdaad. Enig te tijden van depressie zullen er wellicht aan andere richting willen zijn.
landelijke fuctionaliteit infectieziektenbestrijding
Beeld: Photocreo Bednarek/stock.adobe.com

SP-leden Henk van Gerven plus Maarten Hijink stellen te hun initiatiefnota: ‘Steeds duidelijker wordt dat den GGD’en onvoldoende zijn toegerust wegens te voldoet aan den omvangrijke druk diegene op hoen gelegd wordt plus den taken diegene zij dienen uit te voeren.’

Financiering

GGD’plus vallen onder den gemeenten plus voeren gezondheidsbeleid uit. Gemeenten financieren dit grotendeels vanuit ie gemeentefonds, den jaarlijkse bijdrage diegene zij van ie rijk ontvangen. Den meehelpen uit ie gemeentefonds zijn noch geoormerkt. Daarnaast ontvangen GGD’plus strafbaar van ie Rijk plus derden.

Verschillende Kamerleden merken op dat er te ie coalitieakkoord weliswaar 300 miljoen euro is gereserveerd voordat zogenoemde ‘pandemische bereidwilligheid’, maar dat structurele financiering voordat den GGD ontbreekt. Op den vraag zoals mogelijkheden wegens den basisfinanciering van GGD structureel te toestaan toenemen, antwoordt staatssecretaris Maarten van Ooijen: ‘Diegene zitten vooral te ie veld van den ‘pandemische paraatheid’.’

Den SP dient aan ie staart van den debat ene motie te wegens ene project op te stellen voordat ene andere financieringswijze voordat den GGD. Den partij wil strafbaar voordat publieke gezondheid voorbehouden zodat ie noch voordat andere doeleinden te den gemeente vermag wordt ingezet. Van Ooijen ontraadt den motie omdat dit ene fundamentele stelselwijziging zullen inhouden. ‘Er zijn uitgangspunten wegens op ene tal elementen specifieker te financieren, maar noch te zijn geheel.’

Coronacrisis

Den minister gaat louter overheen den coördinatie van den infectieziektebestrijding, maar is bestuurlijk noch verantwoordelijk voordat den uitvoering. Diegene verantwoordelijkheid is belegd tijdens den veiligheidsregio’s. Vitaal tijdens den infectieziektebestrijding zijn den 25 GGD’plus plus den 25 geneeskundige hulpverleningsorganisaties te den regio (GHOR’plus). Den GGD’plus gaan overheen den uitvoering van den infectieziektebestrijding, zoals ie bron- plus contactonderzoek. Den bestuurlijke verantwoordelijkheid van den infectieziektebestrijding ligt echter tijdens den GHOR. Den GGD’plus vallen bestuurlijk onder den burgemeesters plus wethouders plus den GHOR valt bestuurlijk weer onder den veiligheidsregio’s. Samengevat, zo stelt den SP: ‘Er zijn zoveel partijen tijdens betrokken met verschillende wentelen plus verantwoordelijkheden dat uiteindelijk niemand re verantwoordelijk is: iedereen gaat erover, dus gaat niemand erover.’

Op den vraag watten den staatssecretaris vindt van den wijze waarop den GGD’plus zijn georganiseerd, antwoordt dit dat ‘ie inderdaad heeft gewerkt. Ie is ene pendel tussen decentraal plus centraal aangestuurd. Den pendel helt overheen zoals decentraal. Ter normale tijden is dat ene goede organisatiestructuur. Zowel omdat regio’s van jawel verschillen. Gemeenten leggen verantwoording voltooid aan den notabelen overheen werken van den GGD. Ik denken dat dit re zijn vruchten heeft afgeworpen. Met den nuance dat wij willen overpeinzen of dit te crises noch verschillend zullen willen.’

Landelijke functionaliteit

Van Ooijen ziet zowel dat GGD’plus tijdens den coronapandemie den mogelijkheden misten wegens ‘snel te kunnen opschalen plus te kunnen zenden op grootschalige taakaansturing’. Den staatssecretaris licht toe dat ie RIVM plus den GGD’plus nu ene voorstel uitwerken voordat ene landelijke functionaliteit infectieziektenbestrijding. Van Ooijen verwachten ‘dit voorjaar’ ene voorstel aan den Ruimte te kunnen zenden, want ‘Er is re nog welnu even tijdstip nodig wegens diegene positionering inderdaad te kunnen vormgeven.’ Desgevraagd zegt hij dat dit voorjaar ‘nog geen tastbaar wetsvoorstel’ is te vooruitzien: ‘dat volgt daarna.’

Den Kamerleden benadrukken dat dit project watten hoen betreft noch moeten leiden totdat toegevoegd bureaucratie. VVD-Tweede Kamerlid Rudmer Heerema: ‘Ik wil onder geen beding ene toegevoegd verachtelijk te ie zorglandschap. Plus ik wil nu uw toezegging.’ Van Ooijen: ‘Den positionering van den landelijke functionaliteit past te ie bestaande landschap plus watten ginder ie uiterst wenselijk is.’