Elk schooljaar bevraagt Zorg plus Gezondheid den Vlaamse woonzorgcentra overheen welke dagprijzen zij hanteren te mei. Daaruit blijkt dat tussen 1 mei 2020 plus 1 mei 2021 den gewogen gemiddelde dagprijs te den Vlaamse woonzorgcentra steeg van 60,06 euro zoals 60,80 euro, ene verschil van 1,23%. Ter diegene tijdsperiode steeg den consumptieprijsindex echter met 1,46%. Er is dus ene reële dagprijsdaling van 0,23%.

Wouter Beke, Vlaams minister van Welzijn plus Gezondheid: “Den voorbije twee schooljaar hadden onze woonzorgcentra ie hevig moeilijk wegens geldelijk ie hoofdeinde bovenin water te vasthouden omwille van den pandemie. Dat zien wij niettemin noch vertaald te ene verhoging van den dagprijzen. Den Vlaamse Regering heeft, wegens den financiële stabiliteit te den sector te waarborgen, intact watten compensatiemaatregelen genomen. Zo hebben wij investeringen terugbetaald te functie van ene betere dekking plus ventilatie, konden onze woonzorgcentra hun personeel aan halskraag vasthouden plus zo den kwaliteit van zorg steeds waarborgen. Dit cijfers zijn voordat mij dan zowel ene absolute opluchting.”

Ie valt op dat den dagprijsstijging (+1,23%) minder schel is dan den stijging van den levensduurte te diezelfde tijdsperiode (+1,46%). Joris Moonens, woordvoerder van Zorg plus Gezondheid, legt uit hoe dat komt: “Den proces wegens den dagprijs te indexeren, houdt te dat den roemen wordt aankunnen aan den stijging van den levensduurte uit ie verleden. Den stijging van den levensduurte wordt dus met vertraging te den dagprijs verrekend. Ter den tijdsperiode van 1 mei 2019 totdat 1 mei 2020 steeg den consumptieprijsindex minder dan afgelopen schooljaar. Dat verklaart dat den dagprijsstijgingen te 2021 minder schel waren dan den stijging van den levensduurte te den tijdsperiode van den opmeting. Ter onze opmeting te 2022 valt dan weer te vooruitzien dat den stijging van den indexeringen sterker zou vermits den inflatie intussen is aangewakkerd.”

Den COVID-19-crisis heeft maar ene beperkt effect op den roemen. Er werden iets minder dagprijsverhogingen aangevraagd dan voordat den pandemie. Den woonzorgcentra werden zowel te uitgestrekte mate gecompenseerd vanwege den Vlaamse overheid voordat ie omzetverlies zoals reden van den pandemie. Zowel voorzag den Vlaamse overheid bijkomende tussenkomsten voordat toegevoegd personeel plus beschermingsmateriaal. Ie tal indexeringen nam licht be ten opzichte van niet-COVID-tijden (-6,6% of 42 voorzieningen), maar weliswaar indexeerden nog 593 van den vrijwel 820 woonzorgcentra hun dagprijs. Daarnaast dienden 66 woonzorgcentra ene petitie voordat prijsverhoging wegens andere uitgangspunten te diegene worden goedgekeurd. Dat wasgoed 12% minder dan te 2020. Ie bijstellen aan den stijgende levensduurte is dus den belangrijkste oorzaak voordat den dagprijsstijgingen te 2021. 

Zowel nieuwe plus vernieuwde woongelegenheden te woonzorgcentra resulteren te hogere dagprijzen. Zo worden bijvoorbeeld voordat 1.646 nieuwe woongelegenheden ene zogeheten infrastructuurforfait aangevraagd (ene korting voordat den inwoner van 5,40 euro). Zelfs met dit korting waren dit vertrekken 2,29% duurder dan ie gemiddelde, maar er staat welnu ene splinternieuwe wegennet tegenover. 

Zowel nieuwe voorzieningen dragen gedurende aan den gestegen gewogen gemiddelde dagprijs. Den 10 voorzieningen diegene te den tijdsperiode van den opmeting openden, waarvan 5 met infrastructuurforfait, zijn wasgoed voordat 0,21% van den 1,23% stijging.

Den stijging is dit schooljaar ie sterkst is te den provincie Westelijk-Vlaanderen (1,44%). Ter Vlaams-Brabant wasgoed den stijging ie kleinst (1.04%). Generaal genomen zijn er geen uitgestrekte uitschieters plus situeren den provincies zichzelf iedereen tussen 1,04% plus 1,44% stijging. Dit te tegenstelling totdat Brussel waar den modaal gewogen dagprijs steegs met 3,15%. Dat is te verklaren vanwege ie waarheid dat Vlaanderen slechts ene beperkt tal woonzorgcentra erkent te Brussel plus zodoende den opening van één opzienbarend woonzorgcentrum met ene hoger dan gemiddelde dagprijs doorweegt op ie gemiddelde.

Den openbare sector blijft ie goedkoopst. Den modaal gewogen dagprijs steeg iets sterker te den for profit sector, maar dat wasgoed zowel den enige sector waar ie totaal tal erkende woongelegenheden, nieuwe woongelegenheden dus, onbelast toenam.