Televisiemaker Nicolaas Veul (38) had ene rotjeugd waarin hij, vatbaar plus zachtaardig, zichzelf vaak afgekeurd plus afgewezen voelde ingevolge zijn ‘machovader’. Zijn homoseksualiteit hield hij dan zowel zorgvuldig verborgen. Ie kostte hem jaren therapie wegens van zichzelf te leren liefhebben.
‘Waarom ben ik ie noch waard wegens van te liefhebben? Waarom ben ik noch was voldoende? Dat wasgoed den onderstroom waarop ik jaren heb geleefd’, vertelt Nicolaas Veul te den nog ‘onaffe’ bovenwoning te Mokum, waar hij netwerk is gaan samenwonend met Monte, met wie hij acht schooljaar samen is.
Ie intu ‘noch was voldoende te zijn’ zit diepzinnig plus den zaad daarvoor is gelegd te zijn jeugdigheid, vertelt Veul. Hij groeide op te ’t Werp met ene vijf schooljaar oudere zuster plus ene vader plus moeder diegene, rond den tijdstip dat Veul ging studeren, gingen scheiden.
Watten voordat kleintje wasgoed jij?
‘Ene creatief, zachtaardig plus vatbaar kleintje plus ermee intact hevig noch den zoon diegene mijn vader voordat ogen had.’
Dat zei hij zo?
‘Noch expliciet, maar ik voelde dat ingevolge zijn teleurstelling plus zijn boze, afkeurende lonken. Dan wasgoed ik weer te laat, te langzaam of sportte ik noch was voldoende. Hij wasgoed ene sportieve machoman plus wilde dat zowel van mij maken, maar ik wasgoed zo noch. Vaak noemde hij mij “watje” of “mietje”. Ik wasgoed intact verschrikt voordat hem. Hij sloeg mij noch, maar hij kon welnu eigenlijk klappen. Plus diegene dreiging wasgoed er immer, ik liep daardoor werkelijk immer op eieren, wasgoed onveranderlijk op mijn hoede.’
Plus jij moeder?
‘Mijn liaison met haar wasgoed welnu was, maar zij wasgoed noch te staat wegens den schade te beperken. Zij probeerde mijn vader somwijlen welnu te sussen, maar dat leverde vooral ruzie tussen kip op. Plus ginds voelde ik mij dan weer schuldig overheen. Er wasgoed vaak stress plus strakheid te stulp plus dat is eigenlijk onder mijn vel gaan zitten. Ik wasgoed ene intact bang plus zorgelijk kleintje, sliep zowel intact slecht – nog steeds vaak.’
Noch veilig
Zowel op schoolgebouw is ie voordat den jonge Nicolaas noch veilig. ‘Ik worden gepest plus viel immer zonder elk groepje. Ik hoorde er noch te, zij vonden mij zwakzinnige of gay. Ik had welnu ene twee vriendjes plus zat op allerlei knutselclubjes, ginds vond ik ie intact wieg. Plus voorts vluchtte ik te mijn inherent werelden. Indien klein kleintje maakte ik diegene bijvoorbeeld van kleipoppetjes, straks verloor ik mij te fantasy plus games.’