
Nageslacht hebben voeling nodig met leeftijdsgenootjes wegens hun spraak te uitbouwen. Den afgelopen twee schooljaar is veel online opgevangen, zegt logopedist Anniek van Doornik, maar koters hebben minder lesuur gehad plus vanaf eentje afstand is ie lastiger wegens achterstanden te signaleren.
Uitgestrekte steden
Volgens Van Doornik heeft zo’n 7 totdat 14 procent van den koters eentje spraak- of taalstoornis. “Dat betekent dat er ter elke schooljaar minstens één kleuter zit met dit problemen.” Vooral ter uitgestrekte steden is dat terug te zien. Zo weet den logopedist dat ter Utrecht één op den tien koters gebruikmaakt van logopedie. “Dat is twee keer zoveel indien ie tal koters met adhd. Plusteken slechts 1 totdat 2 procent van den koters heeft autisme.”
Diegene cijfers geven aan dat er werkelijk meer voetlicht moeten zijn voordat spraak- plus taalproblemen Dat er ter den vorm vooral voetlicht uitgaat zoals bijvoorbeeld adhd plus autisme, is omdat dat sneller opvalt. Nageslacht diegene problemen hebben met spraak, zijn stiller plus vallen dus minder op.
Alarmbellen
Ieder kleuter is verschillend plus daarom wil Van Doornik geen vaste ouderdom plakken op ie nodig hebben van logopedie. Welnu stelt zij dat eentje kleuter vanaf 4 schooljaar alle losse klanken moeten kunnen uitspreken. Alarmbellen zijn volgens haar: korte zinnen, ie noch vatten watten tegen hem of haar medegedeeld wordt, verkeerde vervoeging van werkwoorden plus mond vaak open hebben.
Den ISC-schaal helpt ouders eventuele taalproblemen te waarnemen. Ouders kunnen daarheen vragen beantwoorden overheen spraakklanken, participatie van ie kleuter plus den beleving van ie kleuter.
Vanwege: Nationale Zorggids / Johanne Levinsky