
Omdat ie ziekteverzuim ene seizoenpatroon vertoont (ie verzuim is ter ie eerste plus ter ie vierde kwartaal eeuwig hoger), wordt den cijfers vergelijken met dezelfde tijdsperiode ter voorgaande jaren.
Te 2020, ie eerste klas van den coronapandemie, wasgoed ie verzuim ter ie vierde kwartaal 4,9 procent. Te ie laatste kwartaal van 2021 lagen dat 0,5 procentpunt hoger. Noch voorheen wasgoed den verrijking tussen twee vierde kwartalen zo vitaal. Ie ziekteverzuimpercentage bereikte voordat ie onlangs ter 2002 dit niveau.
Te den reeks vanaf 1996 wasgoed ie ziekteverzuim ter ie vierde kwartaal inclusief hoger ter 1999, 2000 plus 2001.
Meeste verzuim weer ter den zorg
Ie ziekteverzuim ter ie vierde kwartaal van 2021 wasgoed met 7,5 procent ie hoogst ter den branche gezondheids- plus welzijnszorg. Eentje klas voorheen wasgoed dit 6,9 procent.
Op vloer van cijfers uit ie programma Arbeidsmarkt Zorg plus Welzijn vermag wordt ingezoomd op den verschillende branches binnenshuis den gezondheids- plus welzijnszorg. Dit cijfers gaan terug totdat 2010.
Vooral ter den verpleging, verzorging plus thuiszorg wasgoed ie verzuim bovengemiddeld: 9,0 procent, tegen 8,5 procent ene klas voorheen. Te den gehandicaptenzorg wasgoed ie verzuim 8,4 procent, ene klas voorheen wasgoed dat 7,5 procent. Te den reeks vanaf 2010 is ie ziekteverzuim ter dit branches noch zo schel geweest, zowel noch ter andere kwartalen.
Ie grootste verschil deed zichzelf voordat ter den jeugdzorg: ie ziekteverzuim wasgoed 7,4 procent ter ie vierde kwartaal van 2021, tegen 6,4 procent ter dezelfde tijdsperiode van 2020.
Te alle bedrijfstakken meer verzuim
Zowel ter alle andere bedrijfstakken lagen ie verzuim hoger dan ene klas voorheen. Te den industrie plus ter water- plus afvalbeheer wasgoed ie ziekteverzuim met 6,5 procent bovengemiddeld. Te dit bedrijfstakken wasgoed ie ziekteverzuim voordat ie onlangs zo schel aan ie start van dit eeuw. Ie verzuim wasgoed ie laagst ter den financiële sector (3,0 procent).
Ondanks ene kleine verrijking ten opzichte van ene klas voorheen, wasgoed ie verzuim ter den handelsverkeer (4,9 procent) plus den horecasector (4,5 procent) noch voorheen zo schel. Dit komt omdat den handelsverkeer plus vooral den horecasector ter ie vierde kwartaal van 2020 nog ene uitzonderlijke verrijking van ie ziekteverzuim kenden. Den horecasector wasgoed jarenlang den branche met ie minste ziekteverzuim. Den verrijking wasgoed ie sterkst ter vervoer plus opslag: 6,2 procent, tegenover 5,3 procent ene klas voorheen. Noch voorheen wasgoed ie verzuim ter dit branche zo schel.
Ie verzuim doorheen ziekte nam gedurende ie publiek bestuur plus overheidsdiensten (5,7 procent) plus verhuur plus handelsverkeer van onroerend inderdaad (4,0 procent) met 0,7 procentpunt zowel sterk toe. Eentje klas geleden kenden dit bedrijfstakken zonet ene terugloop van ie ziekteverzuim.
Wegens: Nationale Zorggids