Een verpleegkundige is zes maanden voorwaardelijk geschorst uit het BIG-register, omdat zij niet juist heeft gehandeld nadat ze een relatie kreeg met een cliënt.

Een verliefde verpleegkundige hield zich niet aan de afkoelingsperiode van zes maanden. Foto: iStock

Tussen 2013 en 2019 was de verpleegkundige in dienst als verpleegkundig begeleider in een GGZ-instelling. In de periode dat zij werkzaam was op een forensisch psychiatrische afdeling, werd een man opgenomen waarmee zij later een relatie heeft gekregen. Een maand na opname van deze cliënt, lieten collega’s aan de verpleegkundige weten dat zij een niet professionele omgang met de cliënt signaleerden. Een maand later, in mei 2019, heeft de verpleegkundige zich ziek gemeld en ontslag aangevraagd per 1 augustus. De cliënt is in juni 2019 met ontslag gegaan. 

Geweld in zorgrelatie

Vijf dagen nadat de verpleegkundige in augustus uit dienst ging, heeft de GGZ-instelling een melding ‘geweld in zorgrelatie’ gedaan bij de Inspectie. De Inspectie deed vervolgens onderzoek naar de situatie en constateerde: ‘De zorgverlener onderhield een persoonlijke en seksuele relatie met de cliënt, die in een afhankelijke positie van haar verkeerde. Gezien de aard en context van de relatie is sprake van geweld in de zorgrelatie.’ De Inspectie gaat ervan uit dat de relatie eind juni/begin juli 2019 is ontstaan; een specifiek moment is niet aantoonbaar.

Waarom mag je geen relatie hebben met een ontslagen patiënt? En wat betekent die afkoelingsperiode precies? Nursing zocht antwoorden op deze vragen. Je leest ze hier. 

Seksuele relatie

Volgens de verpleegkundige is zij de betreffende cliënt begin juli 2019 tegengekomen in de supermarkt en zijn zij daarna iets gaan drinken. Medio juli is een persoonlijke en seksuele relatie ontstaan. Het tweetal heeft kort samengewoond, maar de relatie is in november 2019 tot een einde gekomen. Het Tuchtcollege verwijt de verpleegkundige dat zij geen rekening heeft gehouden met de vereiste afkoelingsperiode van zes maanden, zoals het instellingsprotocol dat voorschrijft. Het college wijst de verpleegkundige er bovendien op dat er al tijdens de opname van de cliënt signalen binnen het team zijn geweest van een onprofessionele relatie. 

Kans op herhaling

Ook vindt het tuchtcollege het bezwaarlijk dat de verpleegkundige aan haar volgende (huidige) werkgever niets heeft gemeld over deze geschiedenis. Op deze manier kan de werkgever haar immers niet ondersteunen om een kans op herhaling te verkleinen. De verpleegkundige voert aan dat zij in therapie is gegaan en haar doelen heeft bereikt; zij acht de kans op herhaling minimaal. Het tuchtcollege vindt dat de verpleegkundige zich echter onvoldoende heeft ingezet om aantoonbaar te maken dat die therapie inderdaad te maken had met deze kwestie. 

Ernst

‘Uit hetgeen door verweerster ter zitting is verklaard leidt het college wel af dat verweerster inmiddels doordrongen is van de ernst van de haar verweten gedraging. Zij heeft hulp gezocht en gaat starten met een individueel traject’, aldus het tuchtcollege. De verpleegkundige is momenteel werkzaam als verpleegkundig begeleider binnen de verstandelijk gehandicaptenzorg. De schorsing wordt niet ten uitvoer gelegd als de verpleegkundige zich in een proeftijd van twee jaar ‘niet schuldig maakt aan aan enig handelen of nalaten dat in strijd is met het belang van de individuele gezondheidszorg.’

Brenda Kluijver