Hoe kan Nederland na de ernstige coronagolven het normale leven weer zo goed mogelijk oppakken? Hoe ziet het plan eruit dat daarvoor nodig is? In dit deel van een reeks van twee artikelen geven de volksgezondheidsexperts Wim Schellekens, Guus Schrijvers en Paul van der Velpen het antwoord op beide vragen. Zij richten zich speciaal tot de beleidsmakers op landelijk, regionaal en lokaal niveau en op bestuurders en professionals in de zorg.

Beeld: svetazi/stock.adobe.com

Het beleid om het coronavirus effectief in te dammen, beoogt negen effecten te bereiken:

  1. Bij effectief indammen kunnen de meeste burgers weer redelijk normaal leven met elkaar. Afstand houden blijft nog wel nodig zo lang er nog veel niet-gevaccineerden zijn, en niet zeker is of gevaccineerden toch besmettelijk kunnen zijn. Maar burgers kunnen elkaar bezoeken, sporten en uitgaan, winkelen en musea bezoeken.
  2. Burgers moeten blijven oppassen in gesloten ruimtes en massale groepen, maar het maakt veel uit of de kans om een besmet iemand tegen te komen 1:100 (april 2021) is of 1:10.000 (juli 2020).
  3. Langdurige lockdownmaatregelen zijn niet meer nodig, tenzij het aantal besmettingen weer oploopt of als er brandhaarden ontstaan. Als dat al nodig zou zijn dan direct snel en krachtig ingrijpen, en daarmee dus ook maar kort, en zo mogelijk ook alleen lokaal of regionaal.
  4. De zorg kan zich weer herstellen. Er worden nog maar weinig covid-19-patiënten opgenomen. Er kan eindelijk een inhaalprogramma worden opgezet voor de uitgestelde zorg.
  5. Beleidsgremia kunnen een programma opzetten om long-covid-patiënten op te vangen en te helpen, inclusief wetenschappelijk onderzoek.
  6. Scholen, winkels, horeca, cultuur, bedrijven kunnen weer open en misschien zijn evenementen weer mogelijk. Daarvoor is het wel nodig dat scholen veilig gemaakt worden door goede ventilatie, HEPA-filters en meer fysieke ruimte.
  7. De economie kan zich weer herstellen.
  8. De belangen van gezondheid en gezondheidszorg, en de sociale, maatschappelijke en economische belangen lopen weer parallel, nadat ze in deze crisis tot nu toe onterecht tegenover elkaar stonden.
  9. De hoeveelheid circulerend virus is gering als het aantal besmettingen heel laag is: dat voorkomt ook het ontstaan van nieuwe virusvarianten.

Deze negen effecten zijn te realiseren, zo blijkt uit een onderzoek in the Lancet over landen als Nieuw Zeeland, Australië, Denemarken en Duitsland die reeds een indamstrategie toepassen.

Wat houdt intensief indambeleid in?

Bij indamming is elke besmetting een alarmsignaal dat het virus zich verspreidt. Elke besmetting is daarom reden om direct intensief bron- en contactonderzoek te doen, de bron te isoleren en de contacten in quarantaine te plaatsen. Op deze interventies komen wij hieronder nader terug.

De WHO geeft als bovengrens aan: blijf onder de 50 besmettingen per 100.000 inwoners per week, in elke regio. Dat betekent voor Nederland in totaal minder dan 850 besmettingen per week. De kans dat een burger een besmet iemand tegenkomt, is dan minder dan 1:10.000. Als de besmettingscijfers deze grenswaarden overschrijden, zijn direct regionaal of landelijk maatregelen nodig om contacten te voorkomen. Dat ingrijpen kan dan wel snel en kort zijn zo blijkt uit landen als Australië, Nieuw-Zeeland, Denemarken, Duitsland die al eerder met intensief indambeleid begonnen. Wij verwijzen hiervoor naar het reeds geciteerde Lancet-artikel.

Een bundel van negen maatregelen

Intensief indambeleid is een bundel van maatregelen die gezamenlijk effectief zijn. Het is geen grabbelton, waar vrij uit kan worden gekozen. Wil Nederland daadwerkelijk het aantal besmettingen laag houden, dan zullen de gezamenlijke beleidsgremia alle volgende maatregelen moeten toepassen.

  1. Vaccineren. Daarover hebben wij hierboven voldoende opgemerkt. Richt je op de groepen die zich (nog) niet hebben laten vaccineren. Ga met een vaccinatiebus de wijk in, naar kerken en moskeeën, vaccineer in supermarkten, studentensociëteiten en betrek influencers.
  2. Hygiënische basismaatregelen. Iedereen moet zich nog steeds houden aan de basismaatregelen van hygiëne, afstand houden, thuisblijven en zich laten testen bij klachten, en het dragen van een mondneusmasker in besloten ruimtes met slechte ventilatie (behalve thuis). Bij een extreem laag besmettingsniveau (minder dan 5 op de 100.000 per week) zijn ook deze maatregelen niet meer nodig.
  3. Bron- en Contactonderzoek (BCO). BCO is met isoleren en quarantaine vanouds de wijze om een epidemie te bestrijden: een van de kerntaken van de GGD’s. Belangrijk onderdeel van BCO is ook backward tracing om de bron van besmettingen te vinden, bijvoorbeeld thuisbesmettingen komen ook ergens vandaan. Dit vraagt goed-georganiseerde, competente veldwerkers bij de GGD-en, die het RIVM-protocol voor BCO nauwgezet volgen om zonder compromis alle contacten op te sporen, brandhaarden te ontdekken, bronnen te isoleren en contacten zo snel mogelijk in quarantaine te zetten. Belangrijk is dat de GGD-en een vaste formatie competente medewerkers hebben voor BCO; zij kunnen als de pandemie voorbij is, ingezet wordt in gezondheidsvoorlichting en -opvoeding en preventie en klaarstaan wanneer besmettingen weer oplopen.
  4. Isoleren en quarantaine. Deze mogen niet meer vrijblijvend zijn zoals tot nu toe in Nederland. Dit is bij uitstek een public health verantwoordelijkheid: immers isoleren en quarantaine doe je niet voor jezelf maar om anderen, om de bevolking te beschermen. Daarom moet de overheid dit ook mogelijk maken via ondersteuning en facilitering. Denk daarbij aan essentiële inkopen, opvang van de kinderen. Inzet van wijkteams. Betrokkene mag er niet slechter door worden (inkomensderving vergoeden). Isoleren en quarantaine moet ook verplicht zijn: het is een A-ziekte. Dat betekent motiveren, controleren en zo nodig handhaven met waarschuwen en sancties. In het buitenland vindt isolatie en quarantaine vaak niet thuis plaats maar verplicht in door de staat betaalde hotels om daarmee ook huisgenoten niet te besmetten.
  5. Testbeleid. Om besmette personen die geen of nog geen klachten of symptomen hebben (a-symptomatisch, pre-symptomatisch) vroegtijdig te kunnen opsporen, is het sterk aan te bevelen om in risicogebieden frequent preventief te testen met behulp van sneltesten. Daarbij gaat het onder meer om scholen, hbo/universiteiten, niet-thuis werkenden (fabrieken, slachterijen, enzovoorts), studentenhuizen, en andere potentiële brandhaarden. Tijdige ontdekking is hierbij cruciaal om verdere stille verspreiding van het virus te voorkomen. Sneltesten hebben een sensitiviteit van bijna 100 procent, dat wil zeggen een positieve test is vrijwel bewijzend voor virusdragerschap. De specificiteit is rond de 80 procent, dat wil zeggen dat met sneltesten 20 procent van de virusdragers wordt gemist. Voor screening is dit minder erg: bij testen tweemaal per week is de kans om virusdragers te vinden extra groot en bovendien: door de testen vangen we in ieder geval 80 procent; niet testen levert 0 procent op.
  6. Opnieuw nadenken hoe we onderwijs veilig kunnen laten plaatsvinden. Immers, in een klas zitten niet dertig kinderen, maar in wezen dertig gezinnen met ouders, grootouders, buren, vrienden, sport- en vrijetijdscontacten.
  7. Inreisbeperkingen. Belangrijk zijn (in)reisbeperkingen. Voorkomen moet worden dat vanuit risicogebieden mensen binnenkomen die hier het virus snel kunnen verspreiden. Dit geldt a fortiori om te voorkomen dat nieuwe virusvarianten in Nederland de kans krijgen zich te verspreiden. Gedacht kan worden aan inreisvoorwaarden als vaccinatiebewijs, negatieve sneltest (< 48 uur) en verplichte (gecontroleerde) quarantaine. In deze gevallen betalen reizigers hun (hotel)quarantaine zelf: het was immers hun eigen keuze om te reizen. In dit verband is Europese samenwerking en solidariteit (Angela Merkel op 5 mei 2021) erg belangrijk voor succes. Tot nu toe handelt elk land op zichzelf.

Door: Wim Schellekens, voormalig huisarts, ziekenhuisbestuurder, hoofdinspecteur IGZ, lid RedTeam,
Guus Schrijvers, gezondheidseconoom, oud-hoogleraar Public Health,
Paul van der Velpen, oud-directeur GGD Amsterdam en thans Public health adviseur.
Met dank aan Willy van der Steen, voor het  verzamelen van alle documenten en cijfers.

Klik hier voor het eerste deel >> Terug naar ‘normaal’ mét corona: deel 1.

Uit: The Lancet