Digitalisering in de ggz is niet meer weg te denken, benadrukt de brancheorganisatie. Zowel zorgprofessionals als ondersteuners krijgen te maken met digitale en andere innovaties. Dat kan gaan om een video-consult, digitale zelfzorgtoepassingen, virtual reality-behandelingen, maar ook het digitaal uitwisselen van gegevens of voorschrijven van medicatie. Een eerder onderzoek van de Coalitie Digivaardig in de Zorg, vormde de aanleiding voor de ggz sector om in de eerste maanden van 2021 een eigen benchmark uit te voeren over digitale vaardigheden onder 5329 ggz-medewerkers bij 12 ggz-aanbieders.

Een vijfde ggz digitale starter

De benchmark uit februari-april 2021 toont dat 20,2 procent van de ggz-medewerkers zich als digitale starter ziet. De respondenten zijn verdeeld naar categorieën: digistarter, digivaardig en digi-weet. Ongeacht een eventuele (zelf)bias heeft de ggz niet eerder dit aandachtsgebied zo helder in beeld gebracht. Er zijn verschillen tussen zorgverleners en andere medewerkers. Het percentage van 20,2 procent digistarters bestaat uit 24,9 ggz-zorgverleners (bovengemiddeld) en 11,3 procent overige ggz-medewerkers (benedengemiddeld).

Ondervraagden hebben minder moeite hebben met het gebruik van mobiele devices zoals tablets of smartphones. 5 procent noemt zich hier digistarter, digiweet scoort hier 69 procent. Meer moeite hebben de digistarters met privacy en social media (13%) en met programma’s en applicaties (10%). Als aangrijpingspunt lijkt het dus waardevol om deze twee categorieën aandacht en ondersteuning te geven bij het versterken van de digivaardigheden van medewerkers.

Bredere focus

De Nederlandse ggz noemt de resultaten verrassend noch extreem. In alle gevallen werd uitgegaan van het handelingsperspectief: als je vindt dat deze zaken moeten verbeteren in je organisatie, hoeveel effort wil je dan inzetten en waar moet je dan beginnen? In plaats van op digistarters alleen, kan ook op de digivaardigen worden gefocust. De impuls per persoon is dan kleiner, maar de groep is veel groter, dus met een groter totaaleffect.

Vanwege de snelheid van ICT-ontwikkelingen en de vermoedelijke bias op de resultaten, is de aanbeveling het onderwerp serieus te nemen. De brancheorganisatie adviseert om de resultaten binnen de eigen directie duiden en samen bepalen of de inhoud activerend werkt voor die zorg- of ICT-zaken waarop men de komende jaren specifiek actie wil ondernemen. Aanknopingspunten hiervoor zijn te lezen op digivaardigindezorg.nl, waar ook instrumenten speciaal voor de ggz beschikbaar zijn.

De Nederlandse ggz bevestigt dat we aan het begin van een omwenteling staan. De toepassing van nieuwe technieken in de behandeling, zoals apps op smartphones, verschillende e-health diensten, de toepassing van Virtual Reality (VR) en wearables, kunnen bijdragen aan sneller herstel. Zo blijkt hoogfrequent (digitaal) contact voor bepaalde groepen ggz-patiënten een potentieel beter behandeleffect te hebben dan traditionele methoden. Ook kan digitalisering helpen het behandeleffect te meten. Dit versterkt het evidence-based werken in de ggz.

Inzetten op digitale vaardigheden

Dit uitkomsten van dit onderzoek geven een beter beeld over de digitale vaardigheden binnen de ggz. Op basis hiervan kunnen organisaties gerichte acties ondernemen om digitale vaardigheden te verbeteren waar nodig. De Nederlandse ggz adviseert om stevig in te zetten op het digitaliseren van zorgbehandelingen en -trajecten en daarmee op het stimuleren van de daarvoor benodigde ontwikkeling in digitale competenties van ggz-professionals.