‘Het ene arme gezin is het andere niet’, stelt Dirk Strijker, emeritus-hoogleraar plattelandsontwikkeling aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij leidt een groot onderzoek naar overerfbare armoede in de Veenkoloniën. Gemeenten, woningbouw- en welzijnsorganisaties moeten volgens hem veel meer oog hebben voor die verscheidenheid.

Foto: AdobeStock

‘Te vaak nog is het one size fits all als het gaat om de aanpak van armoede’, zegt Strijker. En dat werkt niet. De hoogleraar heeft het niet zozeer over de persoonlijke benadering van de sociale professional, maar over het aanbod van instituties om mensen met armoede te helpen. Het hulpaanbod moet veel meer recht doen aan die grote diversiteit onder gezinnen in armoede. ‘Wat is er aan de hand? Wat willen mensen zelf en wat kunnen we hierin betekenen?’

Alliantie van Kracht

Het jarenlange onderzoek in de Veenkoloniën is onderdeel van het project Alliantie van Kracht, waarin een flink aantal partijen samenwerken om de overerfbare of wel intergenerationele armoede te bestrijden. De Alliantie is opgezet vanuit welzijnsorganisatie Tinten, ondersteund vanuit de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen van de RUG. Uitgangspunt is om de wetenschappelijke inzichten ook meteen te vertalen naar de praktijk.

Omgeving

Een flink aantal mensen die in armoede leven of in armoede zijn opgegroeid, is de afgelopen jaren geïnterviewd. ‘Er zijn families die al tachtig jaar in armoede leven. Grootouders zijn dan in de problemen gekomen door een ziekte of ongeval. Hierdoor kwam pa thuis te zitten, ging zich met het huishouden bemoeien wat voor spanningen zorgde. De volgende generatie geeft in het onderzoek aan dat ze opgegroeid zijn in een omgeving met weinig geld, veel ruzie en weinig stimulans om bijvoorbeeld de school af te maken. En dit werkt dan soms door tot de derde generatie. Kinderen groeien dan op in een omgeving waarbij arm zijn en geen werk hebben normaal is.’

Afvoerputje

De omgeving – buurt of straat – versterkt soms die negatieve spiraal. Niet alleen de concentratie van armoede en het gebrek aan rolmodellen kan doorwerken, maar ook de stigmatisering van een bepaalde wijk of straat. ‘Wij zijn het afvoerputje’, hoor je dan. Ze spreken ook sterk over wij en zij.’ Maar Strijker benadrukt dat dit beeld zeker niet voor alle families opgaat. ‘Er zijn ook mensen die dagelijks keihard aan het knokken zijn om uit de armoede te komen. Zij willen soms graag verhuizen zodat de kinderen naar een betere school kunnen. Er zijn ook families die niet willen verhuizen – mensen hebben vaak een sterke binding met de plek waar ze wonen – maar wel willen dat hun kinderen het beter krijgen.’

Noodgedwongen zzp’ers

Een vergeten groep zijn, volgens de hoogleraar, de zzp’ers. ‘En dan heb ik het over de zzp’ers die hun baan zijn kwijtgeraakt en noodgedwongen een bedrijfje zijn gestart. Deze groep is heel kwetsbaar en vaak ook een vergeten groep. Deze ‘ondernemers uit noodzaak’ zijn verzeild geraakt in een race naar de bodem, werken vaak in heel conjunctuurgevoelige sectoren en leven soms al jaren ver onder de armoedegrens.’ Ook in de bestanden van de gemeenten komen de ‘noodgedwongen ondernemers’ niet snel boven drijven.

Stedelijk gebied

Bijzonder aan het onderzoek in de Veenkoloniën, benadrukt hij, is dat het om een ‘overwegend wit gebied’ gaat. ‘Veel onderzoeken naar armoede worden gedaan in een stedelijk gebied en dan speelt etniciteit en migratie ook een rol. Bij nieuwkomers spelen andere mechanismes; daar zie vaak je dat derde – en soms de tweede generatie al – uit die armoede komt.’ Strijker: ‘Kortom, dé arme bestaat niet. En er is wel degelijk onderscheid te maken in bepaalde types, in plaats van iedereen over één kam te scheren.’ En dat is ook de centrale boodschap van de onderzoekers aan de Alliantie van Kracht. Meer diversiteit in het hulpaanbod.‘ En dan hebben we het ook over de implementatie van de bijstandswet. Of denk aan die familie die wil graag verhuizen, dat is met de huidige protocollen vaak erg lastig. Of mensen die uit het ziekenhuis worden ontslagen en thuis moeten herstellen? Voor sommige mensen werkt dat misschien helemaal niet.’

Landen

De bevindingen van het onderzoek moeten nu gaan landen in de praktijk. ‘De bestuurders zijn enthousiast en nu moet zich dit vertalen naar concrete programma’s, naar leermaterialen en workshops. Hoe kunnen we onze aanpak diverser maken, dat is toch dé vraag.’

Prof. Dirk Strijker is één van de sprekers op het Zorg+Welzijn Congres Armoede en Schulden dat op woensdag 21 april wordt gehouden. Andere sprekers zijn onder meer Lian Smits, bestuurder bij Sterk Huis en Nadja Jungmann, lector Schulden en Incasso. Strijker was van 2005 tot 2019 bijzonder hoogleraar Plattelandsontwikkeling. In dat kader heeft hij vooral onderzoek gedaan naar aspecten van leefbaarheid en identiteit op het Nederlandse en buitenlandse platteland. Als onderdeel daarvan heeft hij een onderzoek naar overerfbare armoede in de Veenkoloniën opgezet.