Ouder worden betekent voor veel cliënten dat zij extra kwetsbaar worden. Dit kan gevolgen hebben voor de benodigde hulp. Daarom is het belangrijk om cliënten te helpen voorbereiden op de toekomst.

Wanneer ouderdomsverschijnselen optreden, kan per cliënt behoorlijk verschillen. Cliënten met een (zeer) ernstige verstandelijke beperking of het syndroom van Down worden bijvoorbeeld al rond hun 40e gezien als ouderen. Vanwege hun kwetsbaarheid en de ernst van hun beperkingen, aldus de leidraad oud en gelukkig van het kennisplein Gehandicaptensector. Een cliënt kan daarom al op vrij jonge leeftijd extra zorg nodig hebben.

Eerder en sneller oud

Daarnaast kunnen verschillende groepen ook sneller met (uiteenlopende) kenmerken van ouderdom geconfronteerd worden. Mensen met verstandelijke beperkingen krijgen bijvoorbeeld vaker en eerder te maken met dementie. En bestaande psychische aandoeningen kunnen verergeren door het ontstaan van multimorbiditeit en het verlies van naasten. Mensen met lichamelijke beperkingen krijgen niet alleen sneller, maar ook heviger te maken met de gevolgen van het ouder worden. In veel gevallen krijgen zij al vanaf hun 40e last van extra lichamelijke problemen, pijn en vermoeidheid. De gevolgen van het ouder worden kunnen dus bij een grote groep cliënten zorgen voor sociaal-emotionele en financiële problemen.

Betrekken bij (zorg)keuzes

Net als bij de reguliere zorg voor de cliënt, is het belangrijk dat vrijwillige zorg het uitgangspunt is bij extra ondersteuning. Stem daarom met de cliënt af op welke punten hij regie wil en kan voeren. Door samen te praten over ouder worden, kan het makkelijker zijn om in te spelen op veranderende verwachtingen en zorgvragen. Zo adviseert Zorg voor Beter, het kennisplein voor professionals in de ouderenzorg. Zodat de wensen van de cliënt duidelijk zijn en de zorgverlener zich kan voorbereiden op toekomstige zorgvragen.

Betrek ook het netwerk van de cliënt, als dat er is. Om te inventariseren wat zij nu al doen en wat in de toekomst belangrijk kan zijn. Een dochter of zoon die in eerste instantie lichte zorgtaken op zich neemt, kan door een grotere zorgvraag van de cliënt overbelast raken. Dan valt er een ondersteunende factor weg, waardoor de zorg voor de oudere niet gegarandeerd kan worden.

Hulpmiddelen

Ouderdom kan ook zorgen voor functiebeperkingen bij de cliënt, waaronder een (gedeeltelijk) verlies van mobiliteit. Het kan dan noodzakelijk zijn om hulpmiddelen in te zetten, zodat de cliënt zo lang mogelijk thuis kan blijven wonen. Of niet hoeft te verhuizen naar een andere woonlocatie. De meest gebruikte hulpmiddelen voor ouderen zijn trapliften, wandbeugels en loophulpmiddelen, zoals rollators en wandelstokken. Om weerstand of angst te voorkomen, kan het belangrijk zijn om er al over te praten wanneer het hulpmiddel nog niet noodzakelijk is. Zo kan de cliënt wennen aan het idee van een hulpmiddel of extra ondersteuning.

Aan de hand van praktische vragen kun je een goed beeld krijgen van de wensen van de cliënt. Wat er nu nodig is en waar je in de toekomst rekening mee kunt houden.

• Het gaat nu goed met het huishouden, maar wat als het straks minder gaat?
• Wat heb jij nodig?
• Wie zou jou erbij kunnen helpen?
• Zou je daarvoor openstaan?

Extra hulp aanvragen

Als zorgverlener is het mogelijk om samen met of voor de cliënt een aanvraag in te dienen voor een voorziening. Zo is de gemeente door de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) verantwoordelijk voor het verstrekken van hulpmiddelen aan ouderen die langer thuis willen wonen. Het kan noodzakelijk zijn om hulp in de huishouding, ondersteuning bij persoonlijke verzorging of een traplift via de Wmo aan te vragen.

Ondersteunen

Als zorgverlener ben je er om je cliënt zo goed mogelijk te ondersteunen, binnen de kaders van je functie. In de zorg voor ouder wordende cliënten kan het echter noodzakelijk zijn om breder te kijken naar wat de cliënt later nodig heeft. Bepaalde wensen en veranderingen in gedrag, psyche of lichamelijke functies vragen om een andere invulling van de zorg. Speel daar goed en op tijd op in, door er met je cliënt en zijn netwerk over te praten. Zo kan de cliënt waardig oud worden.