Mevrouw Jansen is licht dementerend en woont nog thuis. Haar zoon Bert woont bij haar in de buurt en komt een paar keer week langs. Hij maakt zich zorgen over zijn moeder. Ze is al eens gevallen in de badkamer en soms lijkt de koelkast dagen ongebruikt. De zorg voor zijn moeder valt hem steeds zwaarder naast zijn dagelijks werk en hij wil graag in gaten houden of alles bij zijn moeder goed gaat.

De zorginstelling heeft hier alle begrip voor en stelt voor de bewegingen van mevrouw Jansen te monitoren met behulp van een sensor in het huis (leefstijlmonitoring). Zo kan Bert zijn moeder volgen met zijn iPad. Als ze naar het toilet gaat, hoe laat ze opstaat, maar ook als ze de deur uitgaat en weer thuiskomt. Dat geeft Bert een veiliger gevoel, het ontlast de zorgprofessional en het geeft mevrouw Jansen meer bewegingsvrijheid. Het lijkt een win-win situatie voor alle betrokkenen. Mevrouw Jansen sputtert echter tegen. Voor haar is die controle helemaal niet nodig. Ze vindt het gedoe en wil met rust gelaten worden. ‘Jullie hoeven niet steeds te weten waar ik ben’ zegt ze.