Ouderen van Marokkaanse en Turkse afkomst maken veel minder gebruik van reguliere zorgvoorzieningen. Vaak worden ze geholpen door familieleden, maar deze mantelzorgers zijn vaak overbelast. Volgens Fokkema kan het helpen als reguliere zorginstellingen meer oog hebben voor de cultuur van migrantenouderen. Daarnaast moeten Marokkaanse en Turkse ouderen en hun kinderen leren erkennen dat mantelzorg niet altijd de enige goede of meeste geschikte zorg is.

Om problemen hierbij te voorkomen is het volgens Fokkema belangrijk dat:

  • Ouderen met respect en genegenheid worden behandeld (zo voorkom je gevoelens van schaamte bij de familie);
  • Familie bij de zorg wordt betrokken;
  • Zorgverleners goed inzicht hebben in de machtsverhoudingen binnen de familie en wie van de familie de centrale verantwoordelijkheid draagt (zo voorkom je conflicten en spanningen binnen de familie).

Weinig aandacht voor vergrijzing migrantenouderen

Volgens Fokkema is er in de academische wereld weinig aandacht voor de vergrijzing onder migranten. Terwijl de groep Marokkaanse en Turkse ouderen flink groeit, in 2040 zijn er naar schatting zo’n 144.000 Marokkaanse en Turkse ouderen. Opvallend is dat deze groep juist enorm zichtbaar wordt, aangezien bijna de helft in bepaalde wijken in de vier grote steden woont.

Als deze groep al aandacht krijgt, gaat het vooral over hun kwetsbare positie: Ze hebben gemiddeld minder te besteden, kampen vaker met lichamelijke en psychosociale gezondheidsproblemen en zijn slechter gehuisvest dan ouderen zónder migratieachtergrond.

Vergeleken met ouderen in land van herkomst

Toch ziet Fokkema ook de zonnige kant. Want vergeleken met hun leeftijdsgenoten die in Marokko en Turkije bleven, zijn ze:

  • Welvarender
  • Hebben ze toegang tot betere zorg
  • Zijn de toekomstperspectieven voor (klein)kinderen gunstiger
  • Hebben ze meer persoonlijke vrijheid

Volgens Fokkema is de diversiteit groot. Door uit te gaan van gemiddelden lijkt het alsof de héle groep migrantenouderen kwetsbaar is.

Eenzaamheid

Marokkaanse en Turkse migrantenouderen zijn minder eenzaam wanneer ze zich verbonden voelen met de Nederlandse samenleving of met hun eigen etnische groep. Verbondenheid met het geboorteland

biedt juist géén bescherming tegen eenzaamheid. Integendeel, uit het onderzoek van Fokkema blijkt dat Marokkaanse en Turkse migrantenouderen juist eenzamer zijn wanneer zij zich sterk emotioneel verbonden voelen met het herkomstland.