Per 1 mei 2021 wordt prof. dr. Evelyn Finnema benoemd als nieuwe Chief Nursing Officer (CNO) bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Nursing legde haar een aantal vragen voor.

Portretfoto van Evelyn Finnema
Evelyn Finnema: ‘Verzorgenden en verpleegkundigen hebben het mooiste beroep in de zorg.’ (Foto: UMCG)
Gefeliciteerd, u bent de nieuwe Chief Nursing Officer (CNO) voor het ministerie van VWS. Waarom heeft u gesolliciteerd voor deze rol, wat trekt u zo aan?

‘Het leek mij een heel eervolle taak om mijn 30 jaar aan kennis en ervaring te gebruiken in een rol als CNO. Zeker in deze tijd. Het vak is op dit moment zo in beweging. De werkdruk is hoog, het personeelstekort is enorm en de zorg zelf wordt steeds complexer. Daarbij doet het imago van het beroep geen recht aan de inhoud en het belang ervan.

De gezondheidszorg kan niet zonder verzorgenden en verpleegkundigen. Dat is in de afgelopen periode nog eens extra duidelijk geworden. Dit uitdragen, maakt de rol van CNO binnen het Ministerie van VWS in de huidige tijd uitermate belangrijk en complex.’

Als u in een klap iets kon veranderen aan de positie van verpleegkundigen in Nederland, wat zou dat zijn?

‘Het imago. Verzorgenden en verpleegkundigen hebben het mooiste beroep in de zorg. Ze maken het verschil, iedere dag, ieder moment voor patiënten, cliënten en bewoners. Als dat de boventoon kan zijn in onze eigen beroepstrots en de beeldvorming, dan doen we weer recht aan het beroep van verzorgenden en verpleegkundigen en het belang van het vak voor de individuele zorgontvanger en de maatschappij.’

En hoe gaat u dat doen?

‘Ik besef terdege dat ik alleen het imago niet kan veranderen. Ik wil wel bijdragen aan een positief beeld over de zorg. Omdat het ondanks de complexe vraagstukken in de basis een prachtig vak is. Dit doe ik bijvoorbeeld door het delen van mooie voorbeelden. Want daar zijn er heel veel van in de praktijk. In alle sectoren, op individueel niveau, verzorgenden of verpleegkundigen die een inspiratiebron voor hun collega’s zijn, op team of organisatieniveau of in projecten.’

Wat wilt u in uw termijn als CNO sowieso bereiken voor de verpleegkundige op de werkvloer?

‘Naast het verbeteren van het imago van het vak, wil ik graag een actieve en constructieve bijdrage leveren aan de noodzaak van meer verpleegkundigen en verzorgenden in beleids-, management-, directie- en bestuursfuncties.

Ook ga ik me inzetten voor het belang van ontwikkelmogelijkheden binnen het vak, zodat verpleegkundigen en verzorgenden zich kunnen ontwikkelen op bijvoorbeeld een specifieke cliënten/patiëntencategorie, maar ook op het gebied van onderzoek, onderwijs of kwaliteit in combinatie met zorg.’

In een artikel op Zorgvisie.nl stelt Marianne Lensink van de Den Treek Groep dat een CNO in de tijd die ervoor is beoogd (zij heeft het over 4 uren), weinig kan bereiken. Zij zet in op een volwaardige CNO positie bij VWS. Hoe ziet u dat?

‘Het aantal uren dat ik heb als CNO is vanuit VWS niet beperkt tot een maximaal aantal uren. Het uitgangspunt is dat er sprake is van maatwerk en dat het aantal uren flexibel is, afhankelijk van de benodigde tijd. Dus niet maximaal 4 uren per week, maar dat wat nodig is.’

Evelyn Finnema heeft na haar verpleegkundeopleiding meerdere jaren gewerkt als verpleegkundige in diverse velden van de gezondheidszorg. Dit deed ze in combinatie met functies in verpleegkundig onderwijs, beleid, management en onderzoek. Ze loopt nog steeds regelmatig een dienst mee om in verbinding te blijven met haar collega’s die de directe patiëntenzorg verlenen. Momenteel is zij hoogleraar Verplegingswetenschap en Onderwijs aan het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG).

Ze volgt prof. dr. Bianca Buurman op die, gedurende het afgelopen turbulente jaar, met grote betrokkenheid de rol van CNO heeft vervuld en onlangs is gekozen als voorzitter van de beroepsvereniging Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN).