Sinds de lancering in juni 2020 levert het coronadashboard een belangrijke bijdrage aan het zicht houden op en daarmee het bestrijden van het coronavirus, schrijft VWS-minister De Jonge in de meest recente Kamerbrief over de stand van zaken Covid-19. Ook nu het aantal besmettingen, ziekenhuisopnames en de ziekenhuisbezetting afneemt, blijft het dashboard van de Rijksoverheid alle huidige indicatoren tonen.

Inhoudelijke herijking coronadashboard

Daarbij past zo nodig ook het toevoegen van nieuwe indicatoren. Verder zal het dashboard inhoudelijk moeten worden herijkt om optimaal de context van dat moment weer te geven. Zo zullen ziekenhuiscijfers in de loop van de zomer naar alle waarschijnlijkheid minder zeggingskracht bieden om de situatie te monitoren. Kerninformatie over het vaccinatieprogramma (zoals vaccinatiegraad), vroegsignaleringsindicatoren (zoals bij rioolwatersurveillance en kiemsurveillance, de epidemiologische situatie in omringende landen en de ontwikkeling van nieuwe
mutanten in Nederland, worden steeds belangrijker.

Voor een deel wordt al hard gewerkt om deze nieuwe indicatoren op het dashboard te tonen. Deze ontwikkelingen vragen flexibiliteit op verschillende fronten, ook bij het dashboard. Daarom heeft VWS ervoor gekozen om het coronadashboard met de ingekochte externe expertise te continueren tot in ieder geval 1 oktober 2021. Uitgaande van een overgangsfase met een gecontroleerde situatie na de zomer, zal de focus blijven liggen op dagelijkse monitoring en ontsluiting van data en informatie. Wel zal de mate van uitbreiding, doorontwikkeling en aanpassing mogelijk minder groot zijn dan voorheen nodig was. De Jonge stelt momenteel te laten onderzoeken welke functie het dashboard kan vervullen in 2022 en welke inzet daarbij nodig is.

Aanpak kiemsurveillance eind juni bekend

Met (kiem)surveillance kan binnen de virusvarianten, waarvan de sequentie is bepaald, worden bekeken of varianten opkomen in Nederland. Steeds meer Nederlandse laboratoria dragen bij aan de Nationale Kiemsurveillance. In de afgelopen weken zijn ruim 1500 monsters per week gesequenced in het kader van kiemsurveillance. Met deze omvang wordt het mogelijk een nieuwe variant bij lage prevalentie en twee maanden voordat deze variant dominant wordt, in Nederland te detecteren in geval van toegenomen besmettelijkheid. Het kabinet zal de huidige aanpak inzake kiemsurveillance voorlopig voortzetten in 2021. Deze aanpak wordt rond eind juni op dashboard gepubliceerd.

Het dashboard heeft een belangrijke rol gespeeld in de informatievoorziening ten behoeve van besluitvorming en in de communicatie richting de samenleving, concludeert De Jonge verder. Het dashboard heeft als doel om de meest relevante informatie op het gebied van het epidemiologische beeld, de curatieve zorg, de langdurige zorg, vaccinaties en regionale risiconiveaus te tonen. Daarbij wordt gestuurd op teksten op B1-niveau, het zo intuïtief mogelijk presenteren van data en het zo toegankelijk mogelijk maken van het dashboard.

Hierdoor levert het dashboard informatie voor zowel publiek als voor bestuur en beleid. Voor de datastroom wordt gebruik gemaakt van een keten vanuit GGD’en, zorginstellingen en RIVM. De data zijn beschikbaar op landelijk, regionaal en gemeenteniveau. Het dashboard wordt wekelijks bezocht door ca. 2,5 – 3 miljoen mensen.

Geleidelijke uitbreiding

Het dashboard is afgelopen jaar stap voor stap uitgebreid, doorontwikkeld en steeds toegankelijker gemaakt voor een breed publiek. In de eerste fase van de pandemie bleek de toen gelanceerde Infectieradar echter niet bruikbaar. In het licht van de volgende fase van de pandemie bekijkt De Jonge de mogelijkheden om dit instrument wel te benutten ten behoeve van verbetering van de monitoring.

Sinds de zomer van 2020 toont het Coronadashboard ook het aantal gemeten coronavirusdeeltjes in het rioolwater, per regio. Die metingen worden sinds maart 2020 uitgevoerd – inmiddels op ruim 300 zuiveringsinstallaties. Eerder deze week is dat deel van het dashboard uitgebreid met signaalwaarden. Die geven een indicatie van de ernst van de situatie en waardoor de metingen meer duiding krijgen.