Ondanks dat de acceptatie van LHBTI’s al jaren een stijgende lijn laat zien, ervaren LHBTI-personen nog altijd verontrustend veel negatieve reacties, discriminatie, verbaal en fysiek geweld. Zo blijkt uit de nieuwste editie van ‘Handreiking LHBTI: Feiten en cijfers op een rij’ van Movisie. ‘We zijn er nog lang niet.’

Pixabay/SharonMcCutcheon

17 mei is het de internationale dag tegen LHBTI-fobie, ook wel bekend als IDAHOT. Op die dag, in 1990, werd homoseksualiteit – eindelijk – officieel door de Wereldgezondheidsorganistie (WHO) geschrapt als ‘psychische aandoening.’ In Canada werd dit in 2003 voor het eerst aangegrepen voor een dag om seksuele en genderdiversiteit te vieren – en dit heeft sindsdien navolging gekregen in honderden landen, waaronder Nederland. In veel gemeenten zal die dag de regenboogvlag wapperen en – vanwege corona beperkt of online – activiteiten plaatsvinden.

Struggle

Meer, én blijvende, aandacht voor seksuele en genderdiversiteit is nog altijd hard nodig, zegt Simon Timmerman, adviseur Regenboogsteden bij Movisie. Ook bij professionals in zorg en welzijn. Immers lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuele, transgender en intersekse (LHBTI)-personen hebben, ondanks een toegenomen zichtbaarheid en acceptatie, nog altijd onevenredig veel te kampen met negatieve reacties, discriminatie en geweld. Timmerman: ‘En ook bij zorg- en hulpverleners niet altijd voldoende kennis en sensitiviteit. Zo wordt er nog wel eens van uitgegaan dat het helemaal geen issue meer is, maar zelfacceptatie is voor mensen vaak nog een struggle.’

Open

Nederland ziet zichzelf graag als progressief en tolerant land, ook als het gaat om de acceptatie van LHBTI-personen. En dat zijn we ook wel in vergelijking met andere Europese landen, zegt Timmerman, medesamensteller van de ‘Feiten en cijfers 2021’. Zo zegt in Nederland ruim twee op de drie volwassenen meestal of altijd open te zijn over diens seksuele oriëntatie of genderidentiteit. ‘En dat is aanzienlijk hoger dan het Europese gemiddelde; dat ligt net onder de vijftig procent.’

Wel trouwen, niet zoenen

En ook als het om wetgeving gaat, staat Nederland nog altijd in de Europese (of zelfs wereldwijde) voorhoede. Dat is echter geenszins een reden om genoegzaam achterover te leunen, aldus Timmerman, want onder die ‘formele acceptatie’ gaat een andere werkelijkheid schuil. Timmerman: ‘Het SCP vatte het een aantal jaren mooi samen met: “Wel trouwen, niet zoenen.” Oftewel: dat twee mannen of twee vrouwen mogen trouwen vinden veel mensen inmiddels prima, maar zodra een homostel in het openbaar hand in hand loopt of zoent, kan het ineens een ander verhaal worden: dat vindt nog steeds een flink aantal mensen raar, of zelfs vies of nog erger: leidt het zelfs tot schelden of fysiek geweld. Vermoedelijk dat daarom ruim de helft (57 procent) van de Nederlandse LHBTI-personen aangeeft bijna nooit of nooit hand in hand loopt met hun partner. Timmerman: ‘Dan blijkt: acceptatie is vaak maar een flinterdun laagje.’

Waakzaam

‘Landen als Hongarije en Polen laten zien hoe snel het achteruit kan gaan met de acceptatie én de gelijke behandeling en gelijke rechten van LHBTI-personen’, zegt Timmerman. ‘Dus is het belangrijk om waakzaam te blijven, want ook in Nederland is er nog een hoop te doen. Dat is vooral goed te zien als wordt ingezoomd op specifieke groepen binnen de LHBTI-gemeenschap’, zegt Timmerman. Zo schrok hij zelf enorm van recente cijfers van het CBS over bi-vrouwen. ‘Maar liefst 44 procent van hen heeft in het jaar voorafgaand aan het onderzoek te maken gehad met seksueel geweld. Dat is echt enorm zorgwekkend.’ Een andere groep die er in negatieve zin uitspringt zijn transgender personen. Een op de vijf transgender personen is slachtoffer geweest van geweld, verbaal en/of fysiek. Timmerman: ‘Dat is twee keer zoveel als het gemiddelde in de LHBTI-gemeenschap – en dat is al veel.’

Jong en oud

Ook jongeren én ouderen bevinden zich nog regelmatig in een kwetsbare positie. Zo durft twee op de vijf LHBTI-jongeren tussen de 18 en 24 jaar op school niet voor zijn of haar seksuele geaardheid of genderidentiteit uit te komen. Onder LHBTI-ouderen (65+) heeft 41 procent nare ervaring met vooroordelen en discriminatie meegemaakt in zijn of haar omgeving. Ruim twintig procent is vanwege zijn of haar seksuele geaardheid of genderidentiteit zelf het contact met een of meerdere familieleden verloren. Timmerman: ‘Dat is een op vijf! Dat vind ik heel schrijnend.’

Bijscholen

Opvallend in dit verband is ook dat 36 procent van de LHBTI-ouderen aangeeft te maken te hebben gehad met vooroordelen en discriminatie van zorg- en hulpverleners. ‘Het is dan ook ontzettend hard nodig om meer te investeren in meer kennis en sensitiviteit’, zegt Timmerman. ‘Dat geldt voor ouderenwerkers, maar evengoed voor jongerenwerkers en eigenlijk voor alle professionals in zorg- en welzijn.’ Laat je (bij)scholen, luidt zijn advies. ‘Deze publicatie maakt duidelijk dat ook in Nederland nog hard moet worden gewerkt aan de emancipatie en acceptatie van LHBTI-personen. Plannen en beleid moeten inclusiever worden ten aanzien van seksuele en genderdiversiteit. We zijn er echt nog lang niet.’

De nieuwe editie van ‘Feiten en cijfers op een rij’ geeft actuele informatie over de acceptatie, welzijn en gezondheid van lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuele, transgender en intersekse (LHBTI) personen. De publicatie brengt uitkomsten van relevant Nederlands en Europees onderzoek samen.